Keizerlijk?

Keizerlijk?

Door: Jaap Stuurwold | Bart Visser op 28 april 2017

Het stuk met de kop ‘de rücksichtslose zelfverrijking van een politiek zwaargewicht’ van Follow the Money (FTM) was afgelopen week de start van negatieve berichten over de rol van VVD-partijvoorzitter Henry Keizer bij een zakelijke transactie uit 2012. Hij  werd in het artikel beschuldigd van fraude en zelfverrijking. Keizer, de VVD en ook accountant EY zouden steken hebben laten vallen.

Klopt het verhaal van Follow the Money? Dat oordeel is niet aan ons. Wel zien we een aantal reputatielessen in de praktijk. Want wat doe je als je zo onder vuur komt te liggen als organisatie, bestuurder of politieke partij?

1. Don’t shoot the messenger
Vervelende vragen van een aanhoudende journalist over een zaak uit het verleden; er zijn leukere zaken om je mee bezig te houden. Toch vraagt zo’n situatie om inlevingsvermogen: waarom stelt de journalist deze vragen, kan het zijn dat ik toch fout zat? Veelal hebben mensen een andere reactie: de journalist snapt het niet en probeert een fikkie te stoken. Terwijl het verstandig is juist met de betreffende journalist in contact te komen en te blijven. In het voorbeeld van Keizer: de FTM-journalisten mochten niet aanwezig zijn bij een persgesprek dat nodig was om antwoorden op hun vragen te geven. Niet bepaald sterk als je je onschuld probeert te bewijzen.

2. Tijd kopen vraagt om terughoudendheid
Het is goed voorstelbaar dat je als organisatie of persoon onder vuur niet direct alle feiten op een rij hebt. Dat kost soms tijd. Dat betekent echter wel dat je eerste reactie voorzichtig moet zijn. In zijn eerste reactie zegt Keizer ‘een 100% zuiver geweten’ te hebben. Als je een feitelijke onderbouwing niet kunt geven, is dat nutteloos en werkt contraproductief. Beter is het dan om tijd te kopen en aan te geven dat je eerst alle feiten op een rij zet voordat je een inhoudelijke reactie kunt geven.

3. Tijd kopen is niet gratis
Tijd kopen is echter niet gratis. Waarom tot vrijdag wachten om volledige openheid van zaken te geven? Hoe langer je wacht met weerspreken van een beschuldiging, hoe minder relevant het is of die beschuldiging stevig is onderbouwd of te bewijzen is. Dat klinkt oneerlijk en onterecht, maar het is wel hoe het werkt. Dat de reactie goed moet zijn en antwoord moet geven op de gerezen vragen spreekt voor zich. Maar met de quotes ‘U hoort van mij’ naar ‘een 100% schoon geweten’ wordt de beschuldiging niet weersproken.

4. Iemand anders bepaalt of je integer bent
Je bent integer of je bent het niet. Vervelend is alleen dat je zelf niet onomstotelijk kunt bewijzen dat je het bent. Je kunt wel zeggen: 'ik ben 100% integer', maar die conclusie kan alleen iemand anders trekken. Dan is het dus wijs om meteen een onafhankelijke partij onderzoek te laten doen. Van een onafhankelijk onderzoek heb je immers niet veel te vrezen als je ervan overtuigd bent dat er geen fouten zijn gemaakt.

5. Maak van journalisten geen tegenstander
Journalisten zijn niet je vriend, maar dan kun je ze nog steeds wel te vriend houden. Enerzijds concurreren ze met elkaar in de genadeloze jacht naar nieuws. Anderzijds komen ze voor elkaar op en zijn ze onverbiddelijk loyaal als het gaat om persvrijheid en vrije nieuwsgaring. En terecht. Daarom is het een kapitale fout om niet alle geïnteresseerde journalisten, onder wie de auteurs van het stuk in FTM, uit te nodigen voor het ‘persgesprek’. De beelden van duwen en trekken bij het hek, boze journalisten die de voorlichter ter verantwoording roepen over persbreidel, zijn hiervan het bewijs. Deze beelden zijn vele malen sterker dan het mogelijke beeld van een organisatie of bestuurder die een inhoudelijk doorwrocht verhaal vertelt.

De wijze waarop Keizer de pers behandelt voedt het beeld van iemand die in de verdediging zit of zelfs iets te verbergen heeft. Voor organisaties of personen onder vuur geldt: als je niets te verbergen hebt, doe dat dan ook niet. De reputatieschade is anders niet te overzien.

Volg ons