Voor een effectieve lobby heb je helemaal geen Kamerpas nodig

Voor een effectieve lobby heb je helemaal geen Kamerpas nodig

Door: Bart Visser | Selma Penseel op 25 januari 2018

Lobbyend Den Haag in rep en roer. De Tweede Kamer verscherpt de toegangsregels voor lobbyisten. Zij kunnen straks niet meer onbeperkt rondlopen in de wandelgangen van de Tweede Kamer. Voor veel vakgenoten wordt dat als een verlies gezien. Wij kijken er heel anders tegenaan: voor een effectieve lobby heb je helemaal geen Kamerpas nodig.

Voor wie niet dagelijks in de Haagse wandelgangen komt: veel lobbyisten hebben een pasje waarmee ze het gebouw van de Tweede Kamer in kunnen. Tot nu toe gaf ze dat toegang tot de vergaderzalen, maar ook de niet-publiektoegankelijke wandelgangen. Daar kunnen zij dan met Kamerleden en medewerkers van de Kamer afspreken of ze toevallig tegenkomen. En dat zou dan onmisbaar zijn om bepaalde standpunten bij de politici over het voetlicht te brengen.

De NOS kopte “Kamer beperkt bewegingsvrijheid van lobbyisten”. De beroepsvereniging voor lobbyisten schrijft op haar website dat “…een goed en eenvoudig te organiseren contact tussen de politieke besluitvormers en de belangen vanuit de samenleving van groot belang is”.  Met dat standpunt kun je het moeilijk oneens zijn. Kernvraag daarbij is wel: moeten lobbyisten voor de belangen vanuit de samenleving onbeperkt toegang tot politici in de Tweede Kamer krijgen? Wij denken van niet. Er zijn namelijk inmiddels veel snellere, inzichtelijkere en effectievere manieren van invloed uitoefenen op het beleid in Den Haag. We noemen er een paar:

  1. Directe afzender. Een lobby wordt veel effectiever als de boodschap wordt verteld door de directe afzender. En dus niet een lobbyist. Een voorbeeld: als wij de belangrijkste standpunten van tandartsen, boeren of de metaalindustrie over moeten brengen, dan doet respectievelijk een tandarts, een boer of iemand die werkt in die metaalindustrie dat het beste. Zij zijn degenen die toegang moeten hebben tot die Kamer(leden), niet de lobbyisten.
  2. De Tweede Kamer is niet de enige plek. De Tweede Kamer is dé plek waar wetten worden goedgekeurd. Of afgekeurd. Maar aan de vorming van wetten gaat een hele (maatschappelijke) discussie aan vooraf.  Effectieve belangenbehartiging gaat al lang niet meer alleen om een (toevallige?) ontmoeting met politici en ambtenaren. Media, beleidsmakers, experts en volksvertegenwoordigers spelen daarin allemaal een rol. Dat betekent dat effectieve beleidsbeïnvloeding een combinatie is van zowel lobby als communicatie.
  3. ‘Daar istie weer’. Iemand uit de zogeheten ‘bontkraag’ vertelde ons eens: ‘Ik neem mijn telefoon niet eens meer op als een lobbyist belt’. Politici en hun medewerkers zijn op hun hoede geraakt voor lobbyisten. Dat kun je ze niet kwalijk nemen: de ene keer komen ze op voor de belangen van bijvoorbeeld boeren, de week erna moet er belang van een financiële instelling worden verdedigd. Misschien is het ook om die reden beter dat de Kamer nadenkt over de vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we niet (alleen) met lobbyisten praten? Lobbyisten hebben immers niet het monopolie op het tot stand brengen van contact tussen politieke besluitvormers en maatschappelijke belangen.
  4. Meer dan één gesprek met een boegbeeld. Een toevallige ontmoeting in de Tweede Kamer gaat je als bedrijf of instelling echt niet ineens in het centrum van de Haagse macht brengen. Net zomin als dat een bekend gezicht of, het woord alleen al, ‘een boegbeeld’ het in Den Haag ‘wel eens eventjes gaat regelen’. Wil je in Den Haag iets gedaan krijgen dan zul je echt van betere huize moeten komen.


Natuurlijk is het onhandig dat je straks als lobbyist niet meer een Kamerlid tegen het lijf zult lopen in de pauze van een debat. Dat is waar. Maar je kunt ook een Kamerlid tegen het lijf lopen op het Plein, in een Haags etablissement of in Albert Heijn. Het is minder makkelijk. Ook waar. Het is lastiger om je elke keer aan te melden bij de balie, een sticker te dragen die toegang geeft tot een publieke tribune en separate afspraken te maken. Het is echter overkomelijk. Lobbyisten hebben geen recht op directe toegang tot politici.

Effectieve belangenbehartiging is alleen mogelijk als beide kanten van het ‘gesprek’ ontvankelijk zijn voor belangenbehartiging. De Tweede Kamer stemde in meerderheid voor de motie van Amhaouch, waarin de Kamer aangeeft vertrouwen in en toegang van lobbyisten en belangengroepen te versterken. Die motie lezen wij als een oproep aan lobbyisten en politici om na te denken hoe we dat – samen met de bedrijven en instellingen waar we voor werken – voor elkaar krijgen. Of je met je Kamerpas in de wandelgangen mag komen als lobbyist doet er wat ons betreft niet echt toe. In het algemeen geldt: de slagingskans van je lobby mag nooit afhankelijk zijn van een Kamerpas.

Selma Penseel (directeur Smart&Able) en Bart Visser (senior adviseur Smart&Able)

Bron foto: ANP

 

 

 

Volg ons