Rutte heeft weinig te vrezen van vragenuurtje

Rutte heeft weinig te vrezen van vragenuurtje

Door: Bart Jochems | Bart Visser op 24 april 2018

Over de kunst van het doorvragen

Dinsdagmiddag, tijd voor het vragenuurtje. Rutte had wat uit te leggen. Waren er nu wel of geen formatiememo’s over het afschaffen van de dividendbelasting? En zijn de herinneringen van de minister-president niet wat selectief? De PvdA had mondelinge vragen. Alle ingrediënten waren daar om het Rutte even goed lastig te maken en duidelijk te krijgen wie er nu precies vroeg om het afschaffen van de dividendbelasting.

De Tweede Kamer bleek uiteindelijk vooral druk met zichzelf. Asscher (PvdA) begon nog scherp en direct. Het antwoord van Rutte was zo ontwijkend dat Asscher zijn vragen nog maar een keer herhaalde, vrij ongebruikelijk in de Kamer.

GroenLinks-fractieleider Klaver voorspelde vervolgens dat de premier een ‘zwaar vervolgdebat’ tegemoet zou gaan. Nul vragen. 50Plus-Kamerlid Van Rooijen maakte een ‘punt van orde’. En haalde daarmee alle zuurstof uit het ‘debat’. SP-fractievoorzitter Marijnissen kwam niet verder dan haar verontwaardiging over die afschaffing nog eens te verwoorden. En PVV-leider Wilders vond de premier voor de zoveelste keer ‘ongeloofwaardig’. Geen echte vraag.

Kamerleden hebben helaas zelden een goede vervolgvraag op zak. Wekken soms zelfs de indruk het antwoord helemaal niet interessant te vinden. Ze vallen terug op wat hun persvoorlichter ze geleerd zal hebben: plak er maar een etiket op, zet een frame neer, ongeacht het antwoord van de minister: ‘Het geheugen van Rutte werkt niet’. Zoiets.

'Kamerleden hebben helaas zelden een goede vervolgvraag op zak'


De minister-president ontkent dat. Die zegt dan zoiets als: ‘ik heb met mijn woorden de suggestie gewekt dat er geen documenten zouden zijn’. Het Kamerlid kan in een tweet (“Schande”, vergezeld van een uitroepteken en dan “Rutte is ongeloofwaardig”) victorie kraaien. En feitelijk is er dan niets veranderd of bereikt.

Toegegeven, we overdrijven. Een beetje maar. Niet altijd is het zo erg. Toch zouden Kamerleden meer moeten kunnen bereiken. Want hoe stel je een goede vraag? En nog beter, wat is de kunst van het stellen van een goede (vervolg)vraag eigenlijk? Een paar vuistregels:

  1. Zet het eigen ego opzij. Want is het doel niet de regering te controleren en bij problemen daadwerkelijk iets goeds doen? Zichtbaarheid moet een middel zijn, geen doel op zich. Het vragenuur moet voor opheldering van de kant van het kabinet zorgen. Het is niet de kansel van waar je alleen je eigen standpuntje nog eens verkondigt;
  2. Wees niet bang vragen te herhalen. Zoals Asscher vandaag deed. Herhaling maakt duidelijk dat het antwoord te wensen overlaat, dat werkt zelfs beter dan met veel adjectieven schande spreken van een antwoord van het kabinet;
  3. Doe onderzoek. Of laat het doen. Maar zorg dat je de feiten op een rij hebt en een slecht onderbouwd antwoord direct onderuit kunt halen. Bijvoorbeeld door de werkwijze van het ministerie van Financiën te analyseren. Iets dat de NRC in dit geval deed bijvoorbeeld;
  4. Zorg dat je één of twee onverwachte vragen op zak hebt. En die moeten dan verder gaan dan het ventileren van een mening (als in: ‘Is de minister het met me eens dat hij totaal op de verkeerde weg is?’). Er zijn in Nederland miljoenen meningen, daar is geen gebrek aan. Een spitsvondigheid of onverwachte invalshoek zorgt ervoor dat vragen daadwerkelijk ergens toe leiden;
  5. Werk samen. Als Kamerlid is het aantal vragen per individu beperkt. Maar wat nou als er tussen fracties wordt samengewerkt om dat ene cruciale punt boven water te krijgen of helder te maken? Als Kamerleden het stokje van de voorgaande vragensteller kunnen overnemen? Dat kan effectief zijn, als je maar bereid bent het eigen ego (zie 1) even thuis te laten;
  6. Oefen met een collega of medewerker. Want vaak is het eerste antwoord te voorspellen. Het gaat om de vervolgvraag of nieuwe vragen die je dan stelt. En die kun je voorbereiden.

'Zet je ego opzij, bereid je voor en werk meer samen'


In een tijd waarin feiten steeds minder een rol lijken te spelen is de kunst van het doorvragen onmisbaar. Niet alleen om het vragenuurtje interessanter te maken. Maar vooral om verder te komen dan de waan van de dag en daadwerkelijk iets te bereiken. In dit geval: het rookgordijn rondom de lobby voor het afschaffen van de dividendbelasting wegblazen.

Wie als Kamerlid of bestuurder door scherpe vragen laat zien ‘het vak’ te verstaan oogst bovendien waarschijnlijk meer waardering dan degene die alleen het eigen gelijk met een al bekende mening probeert te onderstrepen. We zijn gezegend met een parlement dat namens ons allen het kabinet controleert. Voor een maatregel met een prijskaartje van 1,4 miljard mag je wel iets meer verwachten dan Kamerleden die zich met een kluitje in het riet laten sturen.

Door: Bart Jochems (directeur Smart&Able) en Bart Visser (senior adviseur Smart&Able) 

Illustratie: Mirjam Vissers

Volg ons